Interviews

 

 

 

September 1988

Zojuist verschenen kinderboek:

‘Als je van de trap afvalt..’

 


Als je van de trap afvalt

Oud-Beijerland – Zojuist verscheen bij Uitgeverij Deboektant een door Marja Visscher geschreven kinderboek met als titel ‘Als je van de trap afvalt…’Een rijk en schitterend geïllustreerd kinderboek voor kinderen vanaf zes jaar. De tekeningen en de omslag werden gemaakt door Liza Jazenko. Onder grote belangstelling ontving Bert Westerveld van het bestuur van de Stichting Europa Kinderhulp, zaterdag 24 september j.l. het eerste exemplaar uit handen van de auteur.

Voor de auteur Marja Visscher is het boek ‘Als je van de trap afvalt…’ haar eerste stap op de weg van het kinderboek. Als free-lance journaliste werkte ze voor diverse kranten en tijdschriften. De laatste jaren heeft zij zich voornamelijk bezig gehouden met het samenstellen van historische fotoboeken. Zowel tekst als illustratie tonen in overzichtelijke hoofdstukjes de belevingswereld van de kleuter. Onderwerpen als verliefd op je vader, angst, dromen, fantasie en spel komen veelal op humoristische wijze aan bod. De schrijfster is er van uitgegaan dat ook het voorlezen van dit boek voor de volwassenen eveneens een plezier moet zijn.
 


Het eerste exemplaar wordt uitgereikt aan Bert Westerveld als vertegenwoordiger van de Stichting Europa Kinderhulp
De illustratrice Liza Jazenko werd geboren in Groningen als kind van een Russische moeder. Zij volgde haar opleiding aan de academies voor beeldende kunsten in Groningen en Rotterdam. Zij studeerde af aan de kunstacademie te Den Haag op vakken schilderen en ontwerpen. Met heel veel plezier en een grote creativiteit ontwierp zij de omslag en tekende de illustraties voor dit kinderboek. De immer gedreven werklust en vrolijke samenwerking tussen de auteur Marja Visscher en illustratrice Liza Jazenko maakt van dit fantasierijke kinderboek een juweeltje. De geboorte van het hoofdpersoontje Tomi is hiermee een feit geworden.
 

Schrijfster Marja Visscher en illustratrice Liza Jazenko
Als je van de trap afvalt… speelt zich af in een trappenhuis, zoals er nog vele te vinden zijn. ‘Ik heb zelf in een woning met zo’n trappenhuis gewoond’, vertelt Marja Visscher, ‘en ik kan me nog goed herinneren hoe ik de dingen beleefde toen ik zo’n jaar of vijf was.’ Als je eenmaal gaat schrijven voor kinderen van die leeftijd is het natuurlijk een droom om je fantasie geïllustreerd te zien met tekeningen die aanspreken. ‘Daarin heb ik Liza Jazenko gevonden, voor mij de ideale illustratrice. Het was geweldig dat zij zich zo goed kon aanpassen aan mijn fantasie. Als ik een paar hoofdstukjes had geschreven, ging ik naar haar atelier. Liza zette een pot koffie en zei: lees maar voor. Intussen pakte zij haar tekenblok en ging aan het tekenen. Uit al die schetsen maakten we samen een keuze, die zij weer verder uitwerkte. Zo kreeg het hoofdpersoontje Tomi langzaam aan gestalte en op deze wijze stimuleerde we elkaar enorm.’

Terug naar het begin van de pagina


Jeugdige orkestleden van het Hoeksche Waards Philharmonisch Orkest lezen voor uit ‘Als je van de trap afvalt’

 

Rotterdams Dagblad - Oktober 1991

Helderziende oma als inspiratiebron
Tweede kinderboek van schrijfster Marja Visscher

Haar moeder had zelf ook zo’n oma, eentje met een helm. ‘Ja, mijn overgrootmoeder was helderziend. Die voorspelde bijvoorbeeld in de oorlog waar de bommen vielen.’ Schrijfster Marja Visscher vertelt het naar aanleiding van het uitkomen van haar tweede kinderboek ‘Een oma met een helm’. Hierin speelt een helderziende oma, met de helm geboren dus, een belangrijke rol.

In het boek draait het om het meisje Tomi en haar belevenissen op school, op straat en met haar ouders. Dankzij de helderziendheid van Tomi’s oma wordt aan het slot van het boek voorkomen dat haar ouders een verrot huis kopen. De makelaar met zijn verkoperspraatje wordt door toedoen van oma ontmaskerd. Het huis blijkt in de huiskamer onder een kleed een groot gat in de vloer te hebben. De oma wordt dan ook in het boek wel als een betovergrootmoeder aangeduid.
In ‘Een oma met een helm’ beleven net als in het eerste boek van Marja Visscher, Tomi en haar vriendje Daan verschillende avonturen zoals een vechtpartij op school en de begrafenis van een kikker. Beperkte de levenswereld van Tomi zich eerst tot het trappenhuis, nu wordt de buitenwereld er vaker bij betrokken. Het is ook de reden dat de adviesleeftijd op acht jaar is geschat, waar dat met het vorige boek op zes jaar lag.


Een oma met een helm

 

 


Schrijfster Marja Visscher

Marja Visscher vindt niet dat het boek te lief is en vooral bij meisjes zou inslaan. ‘Nee, het is heel realistisch van taalgebruik. Kinderen zeggen in het boek wat ze normaal ook zouden zeggen. Ik heb het verhaal uitgetest op lagere scholen op Flakkee, daar is het boek enorm aangeslagen.’
Hoewel het in het boek op een bedekte manier wordt gebracht, komen er moderne vraagstukken als de emancipatie van de vrouw en zelfmoord in voor. In beide gevallen is oma de aanleiding hiertoe. De ene keer wordt ze door kleindochter Tomi erop aangesproken dat ze klakkeloos het advies van de dokter opvolgde om een kind te nemen. In het andere geval vertelt oma over de dood van opa. ‘Hij liep de straat uit. Ik weet het nog goed. Een gebogen, oude, ongelukkige man. In de duinen was ik niet gelukkig en hij was het hier niet. (…) Die nacht kwam hij niet thuis. Ik was, net als die jaren daarvoor, verschrikkelijk ongerust. De volgende morgen hebben ze hem gevonden. Hij was in het water terecht gekomen en verdronken.’

Het schrijven van kinderboeken vereist een aparte discipline volgens Marja. ‘De hoofdstukken zijn klein gehouden, de zinnen hebben zelden komma’s en er zitten veel illustraties in het boek. Anders verslapt de aandacht. Niet alleen de helderziende oma gebruikt Marja als inspiratiebron, ook haar eigen jeugd wordt voor dit doel gebruikt. ‘Ik was zelf een vrij avontuurlijk kind en kan me van vroeger nog heel veel herinneren,’ aldus Marja.

Terug naar het begin van de pagina

 

Algemeen Dagblad 25 november 1992

Een koffer van de rommelmarkt komt weer tot leven

Door alle paperassen die erin zitten is hij zo zwaar dat ze haar echtegenoot vraagt hem van zolder te halen. De koffer. De grote bruine leren mobilisatiekoffer, die twee jaar gelden zomaar op de rommelmarkt in Delft stond. Met het deksel geopend, zodat Marja Visscher precies kon zien wat er allemaal in lag. Belastingpapieren, een echtscheidingsakte, foto’s, een rijbewijs, mappen met correspondentie. Ook een bundeltje brieven waarop stond: ‘Inhoud waardeloos, gelieve na mijn dood ongeopend te vernietigen’. Bij nadere bestudering bleken het liefdesbrieven.


De mobilisatiekoffer

Een heel leven lag daar zomaar te grabbel. Marja Visscher was geschokt. Hoe kunnen zoveel persoonlijke zaken in hemelsnaam op een rommelmarkt terechtkomen? Vroeg ze zich af. De marktkoopman gaf ongevraagd het antwoord: hij had een huis moeten leegruimen. Op de slaapkamer vond hij de koffer: een echte Zumpolle, met linnen gevoerd. Het moet mogelijk zijn, schatte hij voor zo’n kwaliteitskoffer een meier of twee te vangen. Zoveel geld had Visscher er niet voor over. Zonder koffer keerde zij huiswaarts. Tegen beter weten in, want natuurlijk kon ze het bruin leren geval niet vergeten. Twee weken later lag de Zumpolle alsnog in haar kofferbak. De koopman bleek uiteindelijk niet zo’n kwaaie te zijn. ‘Goed dan,’ had hij gezegd, ‘voor honderd gulden mag je het hele zakie hebben. Omdat jij het bent.’ De nieuwe eigenares was het puur om de inhoud te doen. ‘Ik denk niet dat mensen daar geld voor over gehad zouden hebben’, zegt Marja Visscher. Zij dacht: misschien kan ik er een boek van maken. Twee jaar is dat er gekomen: De Mobilisatiekoffer is in druk verschenen bij haar eigen uitgeverij. Volgende week gaat Marja Visscher de marktkoopman een exemplaar brengen en dan zal ze hem vertellen dat ze twee jaar lang in de koffer heeft zitten spitten. ‘Want één zo’n map, wat die al niet bevat aan correspondentie, dat is enorm!’
Marja Visscher heeft de brieven zorgvuldig doorgenomen en kreeg zo een aardig beeld van de oorspronkelijke bezitter. In 1989 is hij in Den Haag overleden op de gezegende leeftijd van 92 jaar. Marja Visscher heeft zijn overlijdensakte nog opgevraagd en is ook terug gegaan naar zijn laatste huis. Uit zijn echtscheidingsakte kon ze opmaken dat hij geen kinderen had. ‘Anders hadden die papieren ook niet op straat gelegen. Ik vind dat gênant. Maar is misschien nog gênanter om er een boek over te schrijven. Daarom heb ik zoveel mogelijk weggepoetst. Ik heb iedereen een andere naam gegeven. Ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat ik niemand in diskrediet heb gebracht.’
Verleden jaar werd Marja Visscher gewezen op iemand die de overledene heel goed heeft gekend; daar moest ze eens mee gaan praten. Ze weigerde. ‘Ik wilde niets meer weten dan er uit de koffer tevoorschijn kwam. En gelukkig was dat veel. Mijn hoofdpersoon heeft een heleboel aan het papier toevertrouwd.’

Zelfs wie zijn vriendinnen waren en wat hij in hen wel en niet waardeerde. Nelly kon heerlijk koken, maar was eigenlijk te huiselijk. Olga was heerlijk erotisch, maar teveel een uitgaanstype. Babet, kleedde zich prachtig, maar haar opdringerigheid werkte op de zenuwen. Marja Visscher had te maken met een onvervalste Don Juan. Maar ja, vrijgezel in Nederlands-Indië (hoofdpersoon was filiaalchef bij een bank), wat wil je?
Marja Visscher schetst tamelijk uitvoerig zijn levenswandel. Daar vindt ze niets verkeerds aan. ‘Want het zijn de gewone dingen des levens. Er staat niets delicaats in die brieven, wat wel had gekund. Weet jij veel wat er in zo’n koffer zit? Er kan wel een brief in zitten van iemand die een moord toegeeft. Dàt gebruik je natuurlijk niet in een boek.’
De geschiedenis die Visscher uit de nalatenschap van de onbekende bankemployé gedestilleerd heeft speelt zich af tussen 1933 en 1938. De man is dan gedetacheerd op Sumatra en is innig bevriend met een zeventien jaar oudere apothekeres. De op Java praktiserende vrouw heeft van de andere vriendinnen die haar vriend er op nahoudt geen weet. Kladjes van brieven die hij haar schreef vond Marja Visscher in de koffer. Ze heeft ze gelezen en de indruk die ze kreeg was dat de hoofdpersoon een trouwe geliefde moet zijn geweest.
‘Die andere vriendinnen had hij natuurlijk in andere perioden, dacht ik. Maar later keek ik nog eens goed naar de data op die brieven, dat was overal het zelfde jaartal. Toen wist ik: er zijn meer liefjes aan het front dan hij wilde toegeven. De apothekeres is het wèl te weten gekomen, daar getuigt een brief van een notaris van, maar hoe ze erop reageerde weet ik niet. Dat zal ze ongetwijfeld wel geschreven hebben, maar die brief ontbreekt, zoals er zovele ontbreken. Ik vond dat niet erg; dat maakte de puzzel alleen maar interessanter. Zo kon ik mijn eigen fantasie nog aan het werk zetten.’

Terug naar het begin van de pagina

 

Zondagsnieuws – zondag 24 januari 1993

De Mobilisatiekoffer verhaalt een eenzaam bestaan!
Door Martien Holthuis

Samen met haar man bezoekt ze ’s zomers regelmatig rommelmarkten. Die in Delft vinden ze erg gezellig, dus daar komen Marja Visscher en haar man regelmatig. Niet dat ze elke zaterdag met een berg oude spullen thuiskomen. Nee, zo af en toe eens met een klein dingetje. Een beeldje voor thuis in de kamer of kantoor. Soms eens een prulletje voor het fraaie poppenhuis dat Marja heeft gemaakt. Snuffelen tussen al die spullen vindt vooral Marja het einde. 


De mobilisatiekoffer

Tenslotte heeft ze als journaliste en schrijfster van kinderboeken een gepaste nieuwsgierigheid. Ruim twee jaar geleden fascineerde haar een enorme koffer op de Delftse rommelmarkt. Een koffer met allerlei papieren, foto’s en documenten. Zelfs pakketjes voorzien van lakzegels zitten erin. ‘Tweehonderd gulden mevrouw, voor die mooie koffer’, zei de handelaar. Teveel, vindt Marja. Toch gaat ze een week later terug om die ene koffer – voor de helft van de vraagprijs – te halen. Want er zit een fantastisch verhaal in die koffer. Dat verhaal, waaraan ze twee jaar heeft gewerkt, is nu verschenen in het boek ‘De Mobilisatiekoffer’. Eigenlijk vond ik het genant, dat een koffer met zoveel privé-gegevens zo maar op straat kon belanden. Er zat, naast belastingpapieren, boekhoudkundige gegevens, een echtscheidingsakte en allerhande correspondentie, ook een pakketje brieven in, dat verzegeld was geweest. De zegel was verbroken. ‘Had die handelaar vast gedaan. Zou ik in zijn plaats wellicht ook hebben gedaan. D’r zouden eens briefjes van honderd of zo tevoorschijn komen. Maar er zaten liefdesbrieven in. Uit de jaren dertig.’

Die koffer bleef me bezig houden

Een leven, een liefdesleven, zomaar te grabbel op een rommelmarkt. ‘Ik heb een tijdje in die koffer zitten snuffelen. Ook uit nieuwsgierigheid, maar zeker ook uit verbazing. De handelaar had de koffer uit een opgekochte huisboedel. Hij had een woning moeten leegruimen. De koffer was een echte Zumpolle. Iets voor de liefhebber. ‘Tweehonderd gulden moest hij er voor hebben. Dat was me veel te veel. De koffer interesseerde me niet. De inhoud des temeer…’

‘We liepen toen maar verder. Toch bleef die koffer mij bezighouden. Ik heb de hele verdere dag over die koffer lopen praten met mijn man. Zelfs toen we thuis waren. Wat loop je toch steeds te emmeren over die koffer, zei ie op een gegeven moment. Er zit wellicht een verhaal in, antwoordde ik. Nou dan koop je hem toch! Dat hebben we een week daarna ook gedaan. De koopman had de koffer een week later vanwege de regen maar thuisgelaten, maar we konden ‘m bij hem in Rijswijk afhalen. Voor honderd gulden, omdat ik het was.’

Ook kinderboeken

Marja Visscher is van huis uit journaliste. Aanvankelijk bij een huis-aan-huisblad en later schrijft ze paginagrote artikelen voor een dagblad. Ook stelt ze boekjes met oude ansichten samen en werkt als voorlichtster bij het Waterschap. Verder schrijft ze twee kinderboeken. ‘Als je van de trap afvalt’ en ‘Een oma met een helm’. Het is leuk om voor kinderen te schrijven. Nu ik ‘De Mobilisatiekoffer’ heb geschreven, krijg ik van veel mensen te horen dat een dergelijke roman wellicht veel moeilijker schrijven is. Nou niets is minder waar. Want schrijven voor kinderen vergt veel. Je moet namelijk precies in de taal van de kinderen van pakweg acht tot tien jaar schrijven. Zinnen schrijven zonder komma’s. Dat is beslist niet gemakkelijk.’

Twee jaar napluiswerk

‘De Mobilisatiekoffer’ is dus haar romandebuut voor volwassenen. Twee jaar gedegen werk is aan het boek vooraf gegaan. ‘Niet alleen de informatie uit de koffer napluizen, ook me geheel op de hoogte brengen van het tijdsbeeld. Kijk, de liefdesbrieven speelden zich af in de dertiger jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Behalve dat ik exact moest weten welke oorlogen er speelden, moest ik bijvoorbeeld ook weten welke films er destijds draaiden. Dat was in Indonesië het uitgaansleven. Men ging er twee tot drie keer per week naar de bioscoop. Al dat research in bibliotheken en dergelijke heeft me echt twee jaar gekost. Gelukkig was de hoofdpersoon in mijn boek – Maarten van Lochem, zo heb ik hem genoemd – een zeer punctueel persoon. Hij had zelfs de eigenschappen van sommige vrouwen, zowel de positieve als de negatieve, netjes op een blaadje uit een schoolschriftje staan. Kijk, wie doet dat? Wie vertrouwt zoiets toe aan het papier. De meeste mannen hebben dat in hun hoofd zitten. Voor mij was het prachtig. Zo kreeg ik een prima beeld van de man. Maar goed, hij was ook een bankfiliaalhouder en handelaar in effecten…’

Rijk liefdesleven?

‘Je zou snel kunnen concluderen dat de man een rijk liefdesleven heeft gekend. Drie vrouwen tegelijk in de periode die ik beschrijf in het boek. Wie de brieven echter beter leest merkt dat hij door eigen hulpvaardigheid de vrouwen vaak op zijn dak kreeg. De vrouwen drongen zich aan hem op. Het mondde bij hen uit in verliefdheid. Hij reageerde daar eigenlijk niet zo op. Hij liet het maar zo. Zo ook wellicht met de apothekeres in Malang. Zij dacht dat hij zou meegaan naar Nederland om er samen te gaan wonen. Maar hij wilde er alleen voor haar een huis kopen. Meer niet… Een Don Juan, zoals sommige kranten suggereerden zou ik hem toch niet willen noemen. Kijk hij was gescheiden en leefde als een vrijgezel. Dat is-ie naar mijn idee verder zijn hele leven ook gebleven. Hij stierf in 1988 op hoge leeftijd. Zijn overlijdensakte – ik heb hem opgevraagd – vermeldt dat hij gescheiden is van zijn vrouw en geen kinderen had. Hij moet op het laatst een eenzaam bestaan hebben geleid.’

Heel discreet met namen

Ik ben heel discreet en zorgvuldig met de namen van de personen omgegaan. In het boek zijn ze onherkenbaar geworden. Op één uitzondering na: de apotheek heet in werkelijkheid ‘De Rijzende Zon’. Dat vond ik zo’n typerende naam voor wat betreft Indonesië dat ik die heb laten staan. Er zouden nog wel enkele mensen kunnen zijn, die zich dit herinneren. Maar die zijn dan ook al zeker negentig jaar. Ik denk dat ik daarmee niemand kwaad doe. Wat ik nu met de koffer met inhoud doe, weet ik nog niet. Kijk, nu is het nog wel aardig om voor bekenden en familie de koffer te voorschijn te halen. Maar ook dat is een keer over. Er zit vast en zeker nog wel een verhaal in. Zeker voor iemand die graag reisverhalen schrijft. Zelf begin ik daar niet meer aan. Nee, voor de grap zeggen we wel eens, dat we de koffer op zolder laten staan, tot dat ik dood ga. Kan de koffer weer naar een andere rommelmarkt…. Dat doe ik dus niet. Ik ben heel beschermend opgetreden tegenover de overleden man en zijn eventuele familie. Ik wil dat zo houden. Dus zal ik op een keer de inhoud door de papiervernietiger halen…’

Noot:

Na publiceren van dit artikel in de Zondagskrant werd Marja Visscher gebeld door familie (nichten) van de apothekeres. Uiteindelijk is de koffer teruggegaan naar de familie. Marja: ‘Het bijzondere is dat het met de hoofdpersonen uit De Mobilisatiekoffer heel anders is afgelopen dan de inhoud van de koffer mij heeft verteld. Daarom is het mijn verhaal geworden met veel historische feiten en achtergronden. Ik had vooraf de geschiedenis niet willen horen. De lezer waarschijnlijk ook niet, want dan was de roman uiteindelijk niet geschreven.’

Terug naar het begin van de pagina

 

6 februari 1997

Muziek terugkerend thema in nieuwe roman Marja Visscher

Van de nationaal en zeker ook in de Hoeksche Waard bekende schrijfster Marja Visscher verscheen zojuist haar twee de roman. De titel van haar nieuwe pennenvrucht is ‘Mooie Woorden’. Marja Visscher werd in 1951 in Rotterdam geboren. Na de middelbare school werkte ze lange tijd als free-lance journaliste.


Marja Visscher: Je haalt iets van de waarheid af en voegt er iets aan toe

In 1988 verscheen haar eerste kinderboek ‘Als je van de trap afvalt’ en publiceerde zij enkele tijdgeschiedenissen op cultuur-historisch gebied waaronder ‘Waar de spraak ophoudt begint de muziek en ‘Als iedereen meeloopt hebbie ’n optocht’. Haar tweede kinderboek ‘Een oma met een helm’ verscheen in 1991. Nog tijdens haar studie literatuurwetenschap debuteerde zij in 1992 met haar roman ‘De Mobilisatiekoffer’. De basis voor deze roman vormde een door haar op de rommelmarkt gekochte koffer met inhoud, die voornamelijk bestond uit, correspondentie, verzekeringspapieren, een boekhouding, foto’s, paspoorten en echtscheidingsakte. In de roman De Mobilisatiekoffer’ laat Visscher de inhoud van de koffer spreken, waardoor de nalatenschap van deze onbekend even verrassend is als het slot van deze roman. Voor het zojuist verschenen boek slaat de schrijfster echter een geheel andere weg in. Voor ‘Mooie Woorden’ verzamelde zij veel auto-biografisch materiaal.

Marja Visscher situeert haar verhaal in een regenachtige nacht. Twee mensen ontmoeten elkaar en brengen de nacht samen door. Zij vertelt, hij luistert. Wanneer het ochtend wordt gloort er plotseling iets in haar, alsof er een donker gordijn wordt opengetrokken. Voor hem ontwikkelt zich op dat moment een drama. Haar woorden dreunen na in zijn hersenen, terwijl daarbij een ondubbelzinnig bericht uit een diepverborgen verleden hem angst inboezemt. Wanneer men beide romans heeft gelezen valt het op dat er een telkens terugkerend thema in valt te ontdekken, namelijk de muziek. Hoewel in haar eerste roman wat summier, heeft zij de bekende ‘Unvollendete’ van Schubert een eigen karakter gegeven. In de zojuist verschenen roman komt dit thema echter veel sterker naar voren. Marja: ‘Ik speel zelf viool in het Hoeksche Waards Philharmonisch Orkest en hou ontzettend van klassieke muziek. Alleen, en dat is waarschijnlijk wat afwijkend, heb ik een eigen fantasie bij een muziekwerk. Achter elke compositie zit wel een verhaal. Bij het ene stuk wat sterker dan bij het ander. Dat verhaal verwerk ik, of verweef ik zou je kunnen zeggen binnen mijn eigen fantasie. In ‘Mooie Woorden’, dat zich voor een groot gedeelte afspeelt in de muziekwereld heb ik vooral het thema van de voor groot orkest geschreven compositie ‘Til Eulenspiegels lustige Streiche’ van Richard Strauss als thema genomen. De schelmenstreken van Tijl bracht ik over op mijn hoofdpersoon. Hij werd belast met de zo wereldse gedragingen van list en bedrog, van eigen gewin en de menselijke reactie daarop.’ De oplettende lezer zal dan ook verborgen tussen de tekst menigmaal, op verschillende manieren verpakt, het schavotje tegenkomen waarop Tijl zijn laatste adem uitblies. ‘De foto op de omslag is daar een voorbeeld van. De pijp in de asbak heeft weer te maken met de bekende tabaksdoos van ‘Van Rossems Troost’, het mannetje dat op het schavot zijn pijpje krijgt aangereikt en symbool staat voor de zieke vader’, aldus de schrijfster.

Voor deze roman werd veel autobiografisch materiaal verzameld. ‘Hoewel mijn familie tijdens het lezen van het manuscript wat moeite had met de feiten, heb ik toch geput uit mijn leven. Mijn familie had weliswaar niet zo’n moeite met de waarheid, dan wel met de vermenging van fantasie en waarheid. Ik kan mij voorstellen dat hen dat in verwarring bracht. Om een voorbeeld te geven: ik heb mijn vader en mijn opa tot één figuur gemaakt. Hij heeft het uiterlijk, het fysieke van mijn opa gekregen, maar reageert vanuit zijn innerlijk als mijn vader. Het zijn figuranten geworden in het door mij bedachte stuk en ik vind het heerlijk om met de personen die ik in mijn leven ben tegengekomen en die ook wat voor mij betekend hebben, te kunnen spelen’, zegt Marja. ‘Je haalt iets van de waarheid af en voegt er iets aan toe. Soms omdat je het vanuit je binnenste zo anders had gewild, maar soms ook omdat het verhaal er simpelweg spannender of mysterieuzer door wordt. Toch, wanneer ik nu in alle nuchterheid terugkijk op de roman, blijft de kern overeind. Het is gewoon een gemanipuleerde waarheid. Niets is menselijker dan dat, het is immers de mens eigen om alles te manipuleren. Freud heeft door middel van zijn droomanalyses in heel veel geschriften uitgelegd, dat wij zelfs in onze dromen niet de waarheid dromen. We dromen een gelijkenis, soms dezelfde situaties met dezelfde mensen. Maar altijd gemanipuleerd. Welnu dat is wat ik gedaan heb in mijn boek.’

Terug naar het begin van de pagina